Grijp- en pletincidenten – situaties waarbij iemand gegrepen, bekneld of verpletterd raakt door of tussen voorwerpen, materiaal of apparatuur – zijn een hardnekkig risico in de bouw. Dat blijkt uit cijfers van het Amerikaanse onderzoeksbureau CPWR (Center for Construction Research and Training), die het Belgische kennisplatform voor preventieadviseurs Prebes vzw onder de aandacht brengt. Belangrijk: de cijfers zijn niet Belgisch of Europees, maar gebaseerd op Amerikaanse arbeidsongevallenstatistieken van OSHA, de federale veiligheidsinstantie van de VS.
Hoe vaak komen grijp- en pletincidenten voor in de bouw?
OSHA rekent grijp- en pletincidenten tot de “Focus Four hazards”, samen met vallen van hoogte, geraakt worden door voorwerpen en elektrocutie. Deze vier gevaren zijn samen verantwoordelijk voor meer dan de helft van de dodelijke arbeidsongevallen in de Amerikaanse bouwsector. Volgens CPWR was in de periode 2023-2024 ongeveer 5 % van alle dodelijke bouwongevallen toe te schrijven aan grijp- en pletincidenten. Van alle sectoren telde de bouw in die periode het hoogste aandeel van dit type incidenten (30 %); enkel landbouw/bosbouw en mijnbouw/olie- en gaswinning scoren hoger wanneer het specifiek om dodelijke gevallen gaat.
Instorting eist de meeste dodelijke slachtoffers
De cijfers laten een onderscheid zien dat bepalend is voor de preventieaanpak. Bij dodelijke ongevallen was 68,8 % het gevolg van instorting of omsluiting, bijvoorbeeld door verzakkend grondmateriaal in een sleuf of greppel. Slechts 17,7 % van de dodelijke gevallen ontstond doordat iemand bekneld raakte tussen draaiende apparatuur en een ander object. Bij niet-dodelijke ongevallen ligt die verhouding anders: 41,9 % ontstond doordat iemand gegrepen of geklemd werd door of tussen niet-draaiende apparatuur, en 38,1 % doordat iemand tijdens normaal gebruik verstrikt raakte in draaiende apparatuur. Dit gaat dus niet hoofdzakelijk over machineveiligheid in de zin van handen of vingers die in apparatuur bekneld raken: bij de dodelijke slachtoffers is bedelving of instorting van grond en materiaal de grootste categorie. De vijf woorden die het vaakst met deze incidenten worden geassocieerd zijn volgens CPWR: sleuf, muur, ingestort, tussen en buis.
Welke maatregelen helpen?
CPWR gaat zelf nauwelijks in op concrete maatregelen en verwijst vooral naar aanvullende publicaties, met als conclusie dat dodelijke beknellingsongevallen te voorkomen zijn door veelvoorkomende gevaren aan te pakken. Voor verdere analyse verwijst CPWR onder meer naar zijn Data Bulletin “Trends of Caught-In or -Between Injuries Among Construction Workers”. Gezien de cijfers ligt de nadruk bij dodelijke risico’s op het beveiligen van sleuven en ander grondwerk tegen instorting.
Context
Ook in de Europese Unie is de bouw een risicosector. Volgens EU-OSHA (OSHwiki) heeft de bouw het hoogste percentage niet-dodelijke arbeidsongevallen van alle sectoren in de EU: 2.961 ongevallen per 100.000 werkenden. In 2023 vond bijna een kwart (23 %) van alle dodelijke arbeidsongevallen in de EU plaats in de bouw. De meeste dodelijke bouwongevallen in de EU ontstaan door vallen van hoogte en aanrijding door bewegende voertuigen. Afzonderlijke Europese cijfers over grijp- en pletincidenten zijn niet gevonden; de Amerikaanse percentages zijn dus niet zonder meer op Belgische of Europese bouwplaatsen toe te passen.
Voor internationale HSE-professionals is het onderscheid tussen instortingsrisico (grondwerk, sleuven) en machinegerelateerde beknelling wel bruikbaar bij het prioriteren van maatregelen.
Bron: Grijp- en pletincidenten in de bouw: wat vertellen de cijfers?, 30 oktober 2026
Aanvullend onderzocht: EU-OSHA/OSHwiki, overzichtspagina bouwveiligheid en -preventie in de EU (cijfers 2023).

