Een werkneemster die op weg naar een gratis massage op het werk uitgleed en onder meer haar meniscus scheurde, krijgt daarvoor geen vergoeding via de Duitse wettelijke ongevallenverzekering. Dat oordeelde het Sozialgericht (rechtbank voor sociale zekerheid) in München, Duitsland, in een zaak die de grenzen van arbeidsongevallenverzekeringen scherp blootlegt.
Wat gebeurde er?
De vrouw werkte bij een bedrijf dat personeel via een intern portaal vrijwillige, door de werkgever betaalde massages aanbiedt als onderdeel van de bedrijfsgezondheidsbevordering. Ze boekte een massage voor nek en schouders, ingepland tijdens haar werktijd. Onderweg naar de massageruimte gleed ze uit over achtergebleven massageolie op de vloer en scheurde onder meer haar buitenmeniscus. De bedrijfsongevallenverzekeraar (Berufsgenossenschaft) wees haar claim af, waarna ze naar de rechter stapte (zaaknummer S 9 U 498/25).
Wat besliste de rechter?
Het Sozialgericht München wees de vordering af. De massage diende ontspanning en een pauzemoment, en gold daarom als een private, op eigen belang gerichte activiteit die niet onder de verzekering valt. Dat de werkgever de massage betaalde en die tijdens werktijd toestond, maakte voor de rechter geen verschil: anders zouden werkgever en werknemer onderling kunnen bepalen hoever de wettelijke verzekering reikt, simpelweg door afspraken over kosten of werktijdregistratie. De vrouw kon ook niet aantonen dat de massage nodig was voor haar arbeidsgeschiktheid; tijdens de zitting erkende ze dat haar klachten op de bewuste dag niet erger waren dan gewoonlijk.
Waarom valt de massage niet onder de verzekering?
Haar vergelijking met bedrijfssport hield evenmin stand. Sportactiviteiten op het werk zijn volgens de rechter verzekerd vanwege hun rol in de collegiale samenwerking, en dan nog alleen onder aanvullende voorwaarden, niet vanwege het gezondheidseffect zelf. Een zogeheten wegongeval (Wegeunfall) werd afgewezen omdat de val plaatsvond op het bedrijfsterrein, op weg naar een activiteit die zelf niet verzekerd was. Ook het argument dat de olie op de vloer een door de werkgever gecreëerd risico vormde, haalde het niet: omdat de werkgever de massage niet had opgelegd, bestond er geen aan de arbeidsovereenkomst gekoppelde verplichting waaraan dat risico kon worden toegerekend.
Context
De Duitse wettelijke ongevallenverzekering is geregeld in boek VII van het Sozialgesetzbuch (SGB VII). Paragraaf 8, eerste lid, definieert een arbeidsongeval als een ongeval dat een verzekerde overkomt als gevolg van een verzekerde werkzaamheid. In de rechtspraak wordt dat uitgelegd als een activiteit die verband houdt met het werk, en niet als een activiteit die vooral persoonlijke of private belangen dient. Die afbakening tussen “werk” en “privé” is precies waarop de zaak in München strandde. Vergelijkbare grensvragen spelen in veel landen met een wettelijke verzekering tegen arbeidsongevallen, bijvoorbeeld bij ongevallen tijdens pauzes of bij bedrijfssport: doorslaggevend is meestal of het zwaartepunt ligt bij het werk zelf of bij persoonlijk welzijn. Voor werknemers betekent dit dat een ongeval tijdens een vrijwillig gezondheidsaanbod van de werkgever niet vanzelf als arbeidsongeval geldt.
Bron: Entspannung am Arbeitsplatz – die Grenzen der Unfallversicherung, 09-10-2026
Aanvullend onderzocht: § 8 SGB VII – Arbeitsunfall (wettelijke definitie)

