Twee bouwbedrijven in Ontario zijn samen beboet met 85.000 Canadese dollar nadat werknemers in een parkeergarage in Toronto (Canada) werden blootgesteld aan koolmonoxide van benzinegedreven betonafwerkmachines. Beide bedrijven controleerden de luchtkwaliteit wel, maar volgens het ministerie van Arbeid niet afdoende.
Wat er gebeurde
Het incident vond plaats op 4 juli 2023 tijdens de bouw van een nieuwe autodealer aan Yonge Street 5868 in Toronto, Ontario. Het project omvatte een parkeergarage met drie niveaus. Metro Concrete Works [2016] Inc. was als onderaannemer ingehuurd door hoofdaannemer Fieldgate Construction Management Inc. om een laag beton van circa drie inch (ongeveer 7,6 centimeter) over de constructieve betonvloer aan te brengen.
Werknemers werkten het beton af met handgereedschap en met benzinegedreven afwerkmachines. Toen een werknemer van Metro en meerdere anderen zich onwel begonnen te voelen, werden de hulpdiensten gealarmeerd. Ambulancepersoneel behandelde meerdere werknemers voor blootstelling aan koolmonoxide. De brandweer van Toronto constateerde later verhoogde koolmonoxidewaarden in de garage en begon het gebouw te ventileren. Eerste luchtmetingen toonden aan dat werknemers waren blootgesteld aan concentraties boven de toepasselijke grenswaarden.
Conclusies
Een onderzoek van het ministerie van Arbeid van Ontario stelde vast dat op niveau P2 van de garage, waar de benzinegedreven machines draaiden, de concentratie koolmonoxide in de lucht niet naar behoren werd gemeten. Dat is vereist op grond van Ontario Regulation 213/91, de regelgeving voor bouwprojecten.
Beide bedrijven pleitten schuldig onder de Occupational Health and Safety Act. Fieldgate werd veroordeeld omdat het als hoofdaannemer (constructor) er niet voor zorgde dat voorgeschreven maatregelen en procedures werden uitgevoerd. Metro werd afzonderlijk veroordeeld omdat het als werkgever niet zorgde voor naleving van dezelfde regelgeving. De zaak legt de verantwoordelijkheid dus bij beide partijen.
Een vrederechter (Justice of the Peace) van de Provincial Offences Court in Toronto legde de boetes op 28 augustus 2026 op: 55.000 dollar voor Fieldgate en 30.000 dollar voor Metro. Daar komt de verplichte slachtofferopslag van 25 procent bovenop, die de Provincial Offences Act voorschrijft.
Aanbevelingen
Het bronbericht noemt geen specifieke aanbevelingen. Uit de zaak blijkt wel dat meten alleen helpt als op de plek waar de bron van koolmonoxide staat wordt gemeten. In dit geval was er wel monitoring, maar niet in het gebied waar de benzinemachines werden gebruikt.
Context
De IHSA, een organisatie voor arbeidsveiligheid in de bouw in Ontario, wijst erop dat bij bouwprojecten koolmonoxide vrijkomt bij benzine-, propaan- en dieselgedreven apparatuur, en dat de blootstelling groter is in besloten of afgesloten ruimten. Uitgravingen, gebouwen of afgesloten constructies waarin brandstof wordt verbrand, moeten worden getest op koolmonoxideconcentraties in de lucht, en er moet voldoende natuurlijke of mechanische ventilatie zijn. Volgens de IHSA geldt voor koolmonoxide een tijdgewogen gemiddelde grenswaarde (TWA) van 25 ppm, een kortetermijnwaarde van 75 ppm over 30 minuten en een plafondwaarde van 125 ppm.
Voor HSE-professionals wereldwijd is de les breed toepasbaar: verbrandingsmotoren in een garage, kelder of ander slecht geventileerd bouwdeel vragen om meting op de plaats van de bron, om voldoende ventilatie en om duidelijke afspraken tussen hoofdaannemer en onderaannemer over wie wat controleert.
Bron: Canadian Occupational Safety: Ontario construction firms fined $85,000 over carbon monoxide exposure, 6 oktober 2026
Aanvullend onderzocht: IHSA: Carbon monoxide (OHS Guide)

