De Assemblée nationale in Frankrijk heeft op 13 oktober 2026 in eerste lezing het omvattende wetsvoorstel tegen seksueel en seksistisch geweld aangenomen: 503 stemmen voor, geen enkele tegen en 67 onthoudingen, op één na allemaal van La France insoumise. “Unaniem” betekent hier dus: zonder tegenstemmen, niet zonder onthoudingen. Het wetsvoorstel, PPL 3106, bevat naast strafrechtelijke hervormingen ook een hoofdstuk dat specifiek nieuwe verplichtingen aan werkgevers oplegt om seksueel en seksistisch geweld op de werkvloer (VSS au travail) te voorkomen en aan te pakken.
Van commissiewerk naar plenaire stemming
De tekst doorliep al maanden parlementaire behandeling. Eind september schrapte de commissie spéciale de eis dat een slachtoffer eerst toestemming moet geven voordat een werkgever een intern onderzoek start. Begin oktober verzwaarden Kamerleden de preventieverplichtingen verder en voerden ze een nieuwe adviseursrol in voor zeer kleine bedrijven (TPE). De stemming van 13 oktober rondt die eerste lezing af: de Assemblée nationale nam de tekst in haar geheel aan, inclusief het werkvloerhoofdstuk. Aan de stemming namen 570 Kamerleden deel. Het ging dus niet meer om een tussentijdse aanpassing, maar om de aanname van de volledige tekst. Opvallend is dat het Rassemblement national, dat zich in de commissie nog had onthouden, in de plenaire stemming voor de tekst stemde. Daardoor onthield alleen de fractie van La France insoumise zich en stemde geen enkele fractie tegen; vier LFI-leden stemden wel voor.
Wat verandert er voor werkgevers
Voor de werkvloer bevat de aangenomen tekst volgens de beschikbare verslagen onder meer de regel dat een intern onderzoek naar seksueel of seksistisch geweld kan starten zonder voorafgaande instemming van het slachtoffer, om te voorkomen dat klachten onbehandeld blijven. Wel moet het vermoedelijke slachtoffer worden ontvangen en gehoord voordat de procedure begint. De geconsolideerde tekst was op 14 oktober nog niet gepubliceerd. Werkgevers krijgen een minimumniveau van onderzoekshandelingen opgelegd, zodat meldingen niet te snel worden afgedaan. Daarnaast is er een nieuwe adviesrol voor zeer kleine ondernemingen, die vaak geen eigen preventiedienst of vertrouwenspersoon hebben. Slachtoffers krijgen bovendien recht op verlof met behoud van loon; de precieze voorwaarden daarvan zijn in de plenaire behandeling nog aangepast. Na deze eerste lezing gaat de tekst naar de Sénat, waar behandeling in januari 2027 wordt verwacht. Het doel is definitieve aanname vóór eind februari 2027, wanneer het parlementaire werk stilvalt vanwege de campagne voor de presidentsverkiezingen.
Context
Internationaal is geweld en intimidatie op het werk sinds 2019 geregeld in ILO-Verdrag 190, de eerste internationale arbeidsnorm die een gezamenlijke definitie geeft van geweld en intimidatie, inclusief op gender gebaseerd geweld, en die stelt dat iedereen recht heeft op een arbeidsleven zonder deze problemen. Frankrijk ratificeerde het verdrag in april 2023 als 27e land wereldwijd en 5e binnen de Europese Unie.
Voor HSE-professionals buiten Frankrijk is deze stap relevant omdat de Franse wet concrete, afdwingbare werkgeversverplichtingen koppelt aan een onderwerp dat internationaal vaak bij ILO-Verdrag 190 blijft steken op het niveau van beginselen. Een wettelijk minimumonderzoeksniveau, een adviesrol voor kleine bedrijven zonder eigen preventiestructuur en het loslaten van de instemmingseis bij intern onderzoek zijn keuzes die ook elders in de discussie over preventiebeleid tegen pesten, intimidatie en geweld op de werkvloer kunnen terugkomen, zeker in rechtsgebieden die C190 al hebben geratificeerd of overwegen te ratificeren.
Bron: La proposition de loi sur les violences sexuelles et sexistes adoptée à l’unanimité à l’Assemblée nationale, 15 oktober 2026
Aanvullend onderzocht: Le Monde du Droit (PPL 3106), LCP en Datan (stemuitslag), TPE Actu (werkgeversbepalingen), de wetgevingspagina van de Assemblée nationale voor PPL 3106, en ILO-Verdrag 190 (ilo.org) als context.

