Decreet maakt eenheidstarief verplicht
Frankrijk voert vanaf 2027 een verplichte berekening van de AT/MP-premie (voor arbeidsongevallen en beroepsziekten, Accidents du Travail/Maladies Professionnelles) op bedrijfsniveau in. Dat regelt decreet nr. 2026-951 van 13 oktober 2026, gepubliceerd in het Journal officiel van 14 oktober 2026. Begin oktober stond de maatregel nog als voornemen in het begrotingsvoorstel voor de sociale zekerheid; met het decreet is ze nu formeel vastgelegd. Buiten de regio Elzas-Moselle wordt het AT/MP-tarief nu per vestiging vastgesteld. Bedrijven met een individuele of gemengde tarificatie konden tot nu toe vrijwillig een eenheidstarief aanvragen voor vestigingen binnen dezelfde risicocategorie; het decreet maakt dat eenheidstarief vanaf 2027 automatisch. Bedrijven met vestigingen in verschillende risicocategorieën blijven meerdere tarieven betalen. Voor nieuwe vestigingen geldt direct het tarief van een al bestaande risicocategorie binnen het bedrijf, of anders het collectieve nettotarief in het openingsjaar en de twee volgende jaren. In het overgangsjaar 2027 dient het naar loonsom gewogen gemiddelde van de nettotarieven van 2026 als basis voor de begrenzing van tariefstijgingen.
Financiële inzet: minder verlies door tariefplafonds
Het PLFSS 2027, de Franse sociale-zekerheidsbegroting, raamt de extra opbrengst van de maatregel op bijna 300 miljoen euro; de vakbonden Unsa en FO noemen een preciezer bedrag van 288 miljoen euro. De winst komt vooral uit een lager verlies door “écrêtement”, de begrenzing van jaarlijkse tariefstijgingen. Volgens het jaarverslag 2024 van de Assurance maladie – Risques professionnels verlaagde die begrenzing de geïnde premies in 2024 met 282,5 miljoen euro; voor de betrokken vestigingen daalde het gemiddelde tarief daardoor van 5,48 naar 3,42 procent. Door risico’s over meer vestigingen te spreiden, worden plafonds minder vaak bereikt en kan de AT/MP-tak van de sociale zekerheid een groter deel van de risicogebaseerde premie innen. De hervorming ligt gevoelig: de commissie voor arbeidsongevallen en beroepsziekten CAT-MP vroeg deze zomer, in een standpunt van 27 juli, eerst onderzoek naar het effect op preventieprikkels bij multi-vestigingsbedrijven, en de organisatie Collectif familles: Stop à la mort au travail vreest dat de ongevallenstatistiek van de risicovolste vestigingen wordt “verdund” in het bedrijfsgemiddelde. Vakbond Unsa steunt de maatregel juist als prikkel om werkgevers verantwoordelijker te maken. Het debat speelt al sinds het rapport Bras uit 2007; de hervorming van 2010 hield vast aan tarificatie per vestiging, met een optioneel eenheidstarief die nu verplicht wordt.
Context
Ook elders in Europa koppelen arbeidsongevallenverzekeraars premies aan de schadehistorie van een bedrijf om preventie te stimuleren. Bij een bonus-malussysteem klimt een bedrijf na een jaar zonder claims een trede op een ladder van doorgaans 15 tot 20 niveaus; elke trede geeft een korting of juist een toeslag op de premie. Duitsland past zo’n systeem toe in de voedings- en horecasector via de beroepsvereniging BGN, Luxemburg via de ongevallenverzekeraar AAA. Een verwante methode is experience rating: eerst wordt een basistarief per bedrijfstak vastgesteld, dat vervolgens per bedrijf wordt aangepast aan het eigen ongevallenverleden.
Voor HSE-professionals buiten Frankrijk is de maatregel een scherp voorbeeld van een terugkerend dilemma bij premiedifferentiatie: hoe fijnmaziger het niveau waarop een premie wordt berekend, hoe directer de financiële prikkel tot preventie op de werkvloer, maar hoe kleiner ook de risicospreiding voor de verzekeraar. Frankrijk kiest nu, per risicocategorie, voor de pool van het hele bedrijf. De komende jaren kan blijken of dat de preventieprikkel op risicovolle locaties verzwakt, of dat het effect vooral financieel is.
Bron: Tarificatie AT/MP: berekening op bedrijfsniveau wordt de regel in 2027, 15 oktober 2026
Aanvullend onderzocht: Lexia Conseil (juridische toelichting op decreet nr. 2026-951 en de PLFSS 2027-ramingen) en OSHWiki/EU-OSHA (externe economische prikkels voor preventie, bonus-malussystemen in Duitsland en Luxemburg) als context.

