Wat is het risico?
Wie een gewone bril draagt onder een volgelaatsmasker, loopt meer risico dan vaak wordt aangenomen. De pootjes van een normale bril lopen langs de zijkanten van het hoofd, precies door de zone waar het masker moet afdichten tegen de huid. Die pootjes duwen de afdichtingsrand lokaal weg, waardoor een piepklein kiertje ontstaat. Volgens de Belgische vakorganisatie voor preventieadviseurs Prebes is dat kiertje genoeg om gevaarlijke stoffen, dampen of fijnstof het masker te laten binnensijpelen, ook als de drager daar zelf niets van merkt.
Een volgelaatsmasker beschermt alleen wanneer de afdichting rond het volledige gezicht intact blijft. Zodra die afdichting wordt onderbroken, voldoet het masker niet langer aan de eisen van de Europese norm voor volgelaatsmaskers (EN 136) en vervalt in de praktijk de bescherming waarvoor het is gecertificeerd. Werkgevers die medewerkers met een gewone bril onder een volgelaatsmasker laten werken, nemen daarmee een risico dat botst met de algemene verplichting om goed functionerende persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking te stellen, een verplichting die in de meeste Europese landen op vergelijkbare wijze in de arbeidswetgeving is vastgelegd.
Welke oplossingen zijn er?
De gangbare oplossing is een zogenoemde maskerbril of inlegbril: een montuur zonder pootjes dat op vaste aansluitpunten in het masker wordt vastgeklikt, los van de afdichtingsrand. Zo’n montuur wordt gecombineerd met glazen op maat van de sterkte van de drager. Het traject verloopt doorgaans in een paar stappen: een oogmeting, de keuze van een montuur dat past bij het specifieke maskermodel, het slijpen van de glazen en de montage in het masker zelf.
Belangrijk is dat een inlegmontuur altijd specifiek is voor het maskermodel waarin het wordt gebruikt: een generiek montuur dat niet voor dat model is ontworpen, biedt geen garantie op een intacte afdichting en lost het probleem dus niet op. Werkgevers en gebruikers doen er goed aan om bij de leverancier van het masker na te gaan of er een geschikt inlegmontuur bestaat, in plaats van een bril zomaar onder het masker te schuiven. Contactlenzen zijn voor sommige brildragers een alternatief, al zijn die niet voor iedereen comfortabel of geschikt, en gelden in sommige werkomgevingen eigen hygiëne- of veiligheidsvoorschriften.
Context
Dat visuele correctie een aandachtspunt is bij de keuze van ademhalingsbescherming, wordt ook erkend in onafhankelijke vakliteratuur. De Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne noemt een correctiebril of contactlenzen expliciet als een persoonlijke factor die meespeelt bij de keuze van een beschermingsmiddel. Diezelfde vakrichtlijn stelt dat een face-fittest, waarbij wordt gecontroleerd of een masker goed afdicht op het gezicht van de drager, noodzakelijk is om een goede aansluiting te borgen en individueel moet worden afgenomen. Dat sluit aan bij de kern van de Europese normering: een volgelaatsmasker wordt volgens EN 136 getest en gecertificeerd op basis van een volledige afdichting langs voorhoofd, wangen, neus en kin. Zodra een bril die afdichting verstoort, valt de bescherming buiten de voorwaarden waarop de certificering van het masker is gebaseerd. Daarom moet niet alleen het masker zelf, maar ook de combinatie met eventuele visuele correctie op het gezicht van de drager worden gecontroleerd.
Bron: Gewone bril dragen onder volgelaatsmasker niet zonder risico’s, 2 oktober 2026

