Donderdag 29 oktober 2026Betrouwbaar nieuws over veiligheid, gezondheid en milieu
NieuwsberichtOverig

Duitse rechter verduidelijkt reikwijdte nachtwerkverbod voor zwangere en zogende werknemers

Twee collega's kijken samen naar een laptop
IllustratiebeeldFoto: Maxim Ilyahov / Unsplash

Het Landesarbeitsgericht (LAG) Thüringen, een regionaal arbeidsgerechtshof in de Duitse deelstaat Thüringen, heeft in een uitspraak een begripsonderscheid aangescherpt dat relevant is voor de bescherming van zwangere en zogende werknemers tegen nachtarbeid. De zaak zelf draaide om een geschil over een nachtdiensttoeslag voor werkzaamheden tussen 20.00 en 22.00 uur binnen een zogeheten “spätschicht” (late dienst). Het gerecht oordeelde dat van een echte “nachtschicht” pas sprake is wanneer overwegend in de nachtelijke uren wordt gewerkt, en dat werkzaamheden in de vroege avond daar niet automatisch onder vallen.

Voor de toepassing van het Duitse Mutterschutzgesetz maakt dat onderscheid volgens de toelichting bij de uitspraak echter geen verschil. Het wettelijke verbod op nachtarbeid voor zwangere en zogende werknemers geldt in Duitsland voor de periode tussen 20.00 en 06.00 uur, ongeacht of de betrokken werknemer volgens de gangbare bedrijfsindeling in een “nachtschicht” werkt of slechts incidenteel in de late avonduren wordt ingezet. Met andere woorden: het smallere begrip “nachtschichtarbeid” dat in loonstructuren en toeslagregelingen wordt gehanteerd, is niet bepalend voor de reikwijdte van de wettelijke beschermingsmaatregel.

Op grond van paragraaf 5 van het Mutterschutzgesetz is het werkgevers in beginsel niet toegestaan zwangere of zogende werknemers tussen 20.00 en 06.00 uur te laten werken. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk onder strikte voorwaarden: instemming van de werknemer zelf, een medische verklaring dat er geen gezondheidsrisico bestaat, toezicht door een bevoegde instantie en, in de praktijk, aanvullende afspraken met de werkgever. Sinds de wijziging van het Mutterschutzgesetz in mei 2017 kent de wet uitzonderingen; daarvoor gold het verbod zonder enige uitzondering. Bovendien heeft het Europese Hof van Justitie (arrest van 19 september 2018, zaak C-41/17) verduidelijkt dat het volstaat om slechts af en toe ’s nachts te werken om als nachtwerker te gelden en de bijbehorende bescherming te genieten, ook voor werknemers in ploegendienst.

Voor EHS-professionals is deze verduidelijking om twee redenen relevant. Ten eerste onderstreept de uitspraak dat roosterindelingen en interne definities van “nachtdienst” — zoals die vaak in cao’s of bedrijfsreglementen worden gehanteerd voor toeslagberekening — niet zomaar kunnen worden gebruikt om de reikwijdte van wettelijke arbeidsbeschermingsregels te beperken. Wie verantwoordelijk is voor planning en roostering van zwangere of zogende medewerkers moet zich baseren op de wettelijke tijdvensters, niet op de interne shiftlogica. Ten tweede laat de zaak zien hoe rechters in Duitsland begrippen uit het arbeidstijdenrecht en het moederschapsbeschermingsrecht afzonderlijk kunnen uitleggen, ook wanneer ze in de praktijk door elkaar worden gebruikt — een aandachtspunt bij het opstellen of controleren van bedrijfsbeleid rond nachtarbeid, risico-inventarisaties voor zwangere werknemers en compliance met vergelijkbare regelgeving in andere EU-lidstaten.

Bron: Mutterschutzgesetz: Nachtarbeit für schwangere und stillende Arbeitnehmerinnen, 31 augustus 2026, https://www.haufe.de/arbeitsschutz/gesundheit-umwelt/nachtarbeit-und-mutterschutz_94_694746.html

Scroll naar boven