De Italiaanse Corte di Cassazione (het hoogste Italiaanse rechtscollege) heeft in twee uitspraken uitgelegd wanneer werkkleding niet zomaar kleding is, maar juridisch de status krijgt van persoonlijk beschermingsmiddel (PBM). Dat onderscheid is niet theoretisch: zodra kleding als PBM geldt, moet de werkgever die verstrekken, onderhouden, repareren en op tijd vervangen volgens vaste regels.
Wanneer telt kleding als PBM?
In een uitspraak van 5 maart 2014 (nr. 5176) behandelde de Cassatie de zaak van een gemeentewerknemer die parken en plantsoenen onderhield en vond dat zijn werkgever te weinig overalls verstrekte. De stoffen overalls werden om de twee à drie jaar vervangen, terwijl ze door veelvuldig wassen en zwaar werk sneller versleten. Hij droeg daarom eigen kleding en eiste een schadevergoeding. De lagere rechters wezen die eis af en de Cassatie verwierp het beroep. Volgens het commentaar van Filodiritto oordeelde het hof dat gewone werkkleding en uniformen die vooral de eigen kleding tegen normale slijtage beschermen, niet onder het PBM-begrip vallen. Volgens de wet (destijds art. 40 D.Lgs. 626/1994, nu art. 74 e.v. D.Lgs. 81/2008) is kleding alleen PBM als taken en werkomgeving bescherming van gezondheid of lichamelijke integriteit vereisen en het risico op letsel concreet is aangetoond. Pas dan gelden de verplichtingen tot levering, onderhoud en vervanging uit artikel 77 D.Lgs. 81/2008. Daarnaast had de werknemer niet aangetoond dat zijn gezondheid of veiligheid daadwerkelijk in het geding was. Ook procedureel strandde de zaak: de vordering ging niet over het verstrekken van PBM maar over het type overall, en dat punt was in de eerdere instanties niet aan de orde geweest.
Recente bevestiging
Een recentere uitspraak van de arbeidskamer van de Cassatie (nr. 22539, 4 augustus 2025) ligt in dezelfde lijn. Volgens de samenvatting op Brocardi kan werkkleding als PBM gelden wanneer zij in de praktijk daadwerkelijk een beschermende barrière vormt tegen een risico voor de gezondheid of veiligheid van de werknemer, beoordeeld volgens artikel 2087 van het Italiaanse Burgerlijk Wetboek (de algemene zorgplicht van de werkgever) en de arbeidsveiligheidsregels. Het enkele feit dat iemand een uniform of overall draagt, is dus niet genoeg; de concrete beschermende functie is bepalend.
Context
Dit onderscheid komt niet alleen in de Italiaanse wet terug. EU-richtlijn 89/656/EEG, die in alle lidstaten de minimumvoorschriften voor het gebruik van PBM op het werk vastlegt, hanteert in artikel 2 dezelfde uitsluiting: gewone werkkleding en uniformen die niet specifiek bedoeld zijn om de veiligheid en gezondheid van de werknemer te beschermen, vallen buiten het PBM-begrip. De Italiaanse wet (D.Lgs. 81/2008) zet deze richtlijn om. Daardoor speelt dezelfde afbakeningsvraag in vergelijkbare vorm in elke EU-lidstaat.
Voor HSE-professionals in de EU is deze afbakening relevant, ook al binden Italiaanse uitspraken geen rechters in andere lidstaten. Wie werkkleding voorschrijft of verstrekt, doet er goed aan vooraf te bepalen of die kleding een concrete veiligheidsfunctie vervult. Is dat het geval, dan gelden op grond van de richtlijn verplichtingen tot kosteloze verstrekking, onderhoud en tijdige vervanging.
Bron: Cassazione Lavoro: la tuta di lavoro è un dispositivo di protezione individuale? (Filodiritto)
Aanvullend onderzocht: Cassazione, Sez. Lavoro, sentenza n. 22539/2025, Richtlijn 89/656/EEG, artikel 2

