Het Spaanse Instituto Nacional de Seguridad y Salud en el Trabajo (INSST) heeft op 29 september 2026 een technische gids gepubliceerd over blaaskanker die veroorzaakt wordt door blootstelling aan kankerverwekkende stoffen op het werk. Spanje kent de hoogste geregistreerde incidentie van blaaskanker in Europa: in 2022 werden er 22.295 nieuwe gevallen vastgesteld. Onderzoek schat dat 10 tot 20 procent van alle blaaskankergevallen samenhangt met beroepsmatige blootstelling, terwijl het Spaanse meldsysteem voor beroepsziekten tussen 2007 en 2021 slechts 16 gevallen als beroepsgebonden registreerde. De gids moet die onderregistratie helpen terugdringen door bedrijfsartsen, huisartsen, verzekeringsartsen en medisch inspecteurs houvast te geven bij herkenning, preventie en beoordeling. Beroepsgebonden blaaskanker en de bijbehorende onderregistratie spelen niet alleen in Spanje: ook elders in Europa blijft de erkenning van dit type beroepsziekte achter bij de geschatte werkelijke omvang, wat de gids relevant maakt voor arbeidshygiënisten en bedrijfsartsen buiten Spanje.
Welke beroepen en sectoren lopen risico?
De gids noemt onder meer werknemers in de kleurstofindustrie, rubber- en leerverwerking, kappers die met bepaalde haarverfstoffen werken, brandweerlieden, bus- en vrachtwagenchauffeurs en spoorwegpersoneel die veel dieseluitlaatgassen inademen, schoorsteenvegers en werknemers in de aluminiumproductie als risicogroepen. Zij kunnen blootstaan aan aromatische amines zoals benzidine, 2-naftylamine en 4-aminobifenyl, aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) en aan stoffen als arseen en acrylonitril. Ook werknemers in de farmaceutische en explosievenindustrie en in de chemische fotoontwikkeling worden genoemd. De gids wijst daarnaast op individuele gevoeligheid: (voormalig) roken, een familiegeschiedenis van blaaskanker en bepaalde genetische varianten (GSTM1, NAT2, PSCA) vergroten het risico bij blootgestelde werknemers. Een aanvullend risico ontstaat wanneer beroepsmatige blootstelling samengaat met roken: de gids benadrukt dat die combinatie de erkenning als beroepsziekte niet uitsluit.
Wat adviseert de gids?
Centraal staat de klassieke preventierangorde: eerst elimineren of vervangen van de kankerverwekkende stof, anders werken in gesloten systemen, en pas als laatste stap technische afzuiging en persoonlijke beschermingsmiddelen inzetten. Werkgevers moeten luchtconcentraties toetsen aan grenswaarden en blootgestelde werknemers periodiek medisch laten controleren (bij aanvang, tijdens en na de blootstelling), gericht op vroege opsporing. Voor het inschatten van het risiconiveau per functie beveelt de gids een vereenvoudigde, kwalitatieve beoordelingsmethode aan (INSST-richtlijn NTP 937) die situaties indeelt in actieprioriteiten, zodat bedrijven prioriteit kunnen geven aan de meest urgente situaties. Voor erkenning als beroepsziekte gelden volgens de gids een minimale blootstellingsduur van één jaar en een inductieperiode van minstens tien jaar tussen blootstelling en diagnose; een maximale latentietijd wordt niet vastgesteld.
Context
Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie rekent benzidine, 2-naftylamine en 4-aminobifenyl al langer tot groep 1, de categorie stoffen met bewezen kankerverwekkend effect bij de mens, specifiek voor blaaskanker. Binnen de Europese Unie verplicht de richtlijn inzake carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen (2004/37/EG) werkgevers om kankerverwekkende stoffen op de werkplek te vervangen of, als dat niet kan, blootstelling tot een minimum te beperken; voor de aromatische amine o-toluidine geldt daarbij een bindende grenswaarde.
Bron: Oncoguía: cáncer de vejiga de origen profesional – Año 2026, 29-09-2026
Aanvullend onderzocht: IARC Monographs (WHO), EU-richtlijn 2004/37/EG (carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen)

