Een sociale rechtbank in München, Duitsland, heeft geoordeeld dat een werknemer die tijdens werktijd uitgleed over gemorste massage-olie geen recht heeft op dekking via de wettelijke ongevallenverzekering. De werknemer was op weg naar een massagesessie in de behandelruimte van het bedrijf, gleed uit en raakte gewond. De zaak roept vragen op over de verzekeringsstatus van bedrijfswellness-activiteiten, een onderwerp dat steeds vaker speelt nu werkgevers massage, yoga en andere gezondheidsprogramma’s aanbieden.
Wat gebeurde er
Het incident deed zich voor toen de werknemer zich naar een door de werkgever gefaciliteerde massagebehandeling begaf, die plaatsvond in een speciale ruimte op het bedrijfsterrein. Op de vloer lag gemorste massage-olie, waardoor de werknemer uitgleed en letsel opliep. De betrokkene diende vervolgens een claim in bij de wettelijke ongevallenverzekering, die van mening was geen dekking te bieden. De zaak kwam terecht bij het Sozialgericht München, dat op 22 juli 2026 uitspraak deed onder zaaknummer S 9 U 498/25. De uitspraak is nog niet onherroepelijk; hoger beroep is mogelijk.
Oordeel van de rechter
De rechtbank wees de claim af en onderbouwde dit met drie argumenten. Ten eerste was deelname aan de massage vrijwillig en niet contractueel verplicht, waardoor onvoldoende verband bestond met de verzekerde beroepstaken. Ten tweede benadrukte de rechtbank dat de omvang van de ongevallenverzekeringsdekking niet afhangt van wie de kosten draagt, maar van de concrete omstandigheden van het individuele geval; dat de werkgever de massage betaalde, vestigt op zichzelf dus geen verzekeringsdekking. Ten derde was er geen sprake van een woon-werkverkeer-ongeval, omdat de massageruimte zich op het bedrijfsterrein zelf bevond. Het Sozialgericht München sloot hiermee aan bij een uitspraak van het Bundessozialgericht, de hoogste Duitse sociale rechter, uit 2022. Die uitspraak stelde dat door de werkgever aangeboden gezondheidsmaatregelen niet automatisch onder de arbeidsongevallenverzekering vallen, tenzij het gaat om gemeenschapsactiviteiten die de verbondenheid op de werkvloer bevorderen, zoals bedrijfssport. Individuele wellnessmaatregelen zoals massage dienen volgens de rechtbank vooral private belangen, in tegenstelling tot georganiseerde, gemeenschappelijke activiteiten.
Betekenis voor werkgevers
Voor EHS-professionals is deze uitspraak relevant omdat bedrijfswellness-programma’s, waaronder massage, fitness en ontspanningsruimtes, de afgelopen jaren sterk in populariteit zijn toegenomen als onderdeel van arbeidsvoorwaarden en preventief gezondheidsbeleid. Deze zaak illustreert dat de verzekeringsstatus van dergelijke individuele voorzieningen juridisch onzeker kan zijn, ook wanneer de werkgever de kosten draagt en de activiteit op de werkplek plaatsvindt. Dat kan gevolgen hebben voor hoe organisaties dergelijke programma’s inrichten, communiceren en verzekeringstechnisch afdekken, bijvoorbeeld via aanvullende bedrijfsaansprakelijkheids- of ongevallenpolissen. Voor werkgevers en EHS-afdelingen buiten Duitsland is de precieze juridische uitwerking uiteraard afhankelijk van het nationale sociale-verzekeringsstelsel, maar de onderliggende vraag, namelijk in hoeverre vrijwillige, individuele gezondheidsactiviteiten onder de werk gerelateerde ongevallendekking vallen, is universeel herkenbaar. Het is aan te raden dat organisaties die wellnessfaciliteiten aanbieden vooraf duidelijkheid verschaffen over de verzekeringsstatus van deelname, zodat werknemers niet voor verrassingen komen te staan bij een ongeval.
Bron: Rechtsprechung: Massage im Betrieb – kein Versicherungsschutz bei Sturz, 9 september 2026, https://www.haufe.de/arbeitsschutz/gesundheit-umwelt/massage-im-betrieb-kein-versicherungsschutz-bei-sturz_94_697436.html
