Steeds meer werknemers in Duitsland willen eerder stoppen met werken, en psychische belasting speelt daarbij een grotere rol dan fysieke belasting. Dat blijkt uit een analyse van de Bundesanstalt für Arbeitsschutz und Arbeitsmedizin (BAuA), het Duitse federale instituut voor arbeidsveiligheid en arbeidsgeneeskunde, die in augustus 2026 werd gepubliceerd en op 14 oktober 2026 werd besproken door vakmedium Haufe Arbeitsschutz.
Wat blijkt uit de BAuA-enquête?
De onderzoekers baseerden zich op de BAuA-Arbeitszeitbefragung, een doorlopende enquête onder werknemers in Duitsland. Ze gebruikten gegevens uit vijf meetgolven tussen 2015 en 2023, goed voor 32.686 persoon-jaar-waarnemingen. Centrale vraag: is de wens om eerder met pensioen te gaan toegenomen, en hangt dat samen met de werkeisen waaraan mensen blootstaan?
Het antwoord is helder. In 2015 wilde ongeveer 60 procent van de ondervraagden eerder stoppen dan de wettelijke pensioenleeftijd; in 2023 was dat gestegen tot 78 procent. Daarnaast denkt een kwart van de werknemers (25 procent) niet in staat te zijn om onder de huidige omstandigheden tot de reguliere pensioenleeftijd door te werken. De onderzoekers keken specifiek naar combinaties van fysieke en psychosociale werkeisen, zogeheten meervoudige belasting, en concludeerden dat vooral psychosociale factoren, zoals hoge tijdsdruk en rolconflicten, de wens om te stoppen aanwakkeren. Fysieke belasting, zoals ongunstige werkhoudingen, speelt ook een rol, maar een duidelijk kleinere.
Welke beroepen willen het vaakst eerder stoppen?
De wens om vroeg te stoppen verschilt sterk per beroepsgroep. Fabricageberoepen scoren het hoogst, met 86 procent. Technische productieberoepen volgen met 83 procent en bouw- en afwerkingsberoepen met 82 procent. Ook in transport en logistiek en in gezondheidsberoepen ligt het aandeel rond de 80 procent. Bij zakelijke dienstverlening en bedrijfsleiding/-organisatie gaat het om 75 procent, en bij sociale en culturele dienstverlening om 67 procent. Volgens de onderzoekers moet leeftijdsbewust personeelsbeleid daarom niet alleen naar afzonderlijke risico’s kijken, maar vooral naar het gelijktijdig optreden van meerdere belastende factoren, en zou verlichting van psychische en organisatorische druk al vroeg in de loopbaan moeten beginnen.
Context
Dat de wens om vroeg te stoppen samenhangt met werkbelasting, is ook buiten Duitsland bekend. Eurofound, het EU-agentschap voor arbeidsomstandigheden, liet al in een rapport uit 2012 op basis van de vijfde European Working Conditions Survey zien dat ongeveer een derde van de werknemers tussen 50 en 54 jaar verwacht niet tot hun 60e in dezelfde functie te kunnen of willen doorwerken. Bij vrouwen in middelgeschoolde handmatige beroepen (55 procent) en laaggeschoolde beroepen (54 procent) lag dat aandeel het hoogst, tegenover 17 procent bij mannelijke managers en professionals. Als verklaring noemde Eurofound pijnlijke werkhoudingen, een slechte balans tussen werk en privé, baanonzekerheid en weinig carrièreperspectief.
De nieuwe Duitse cijfers sluiten daarbij aan: niet iedereen kan onder dezelfde omstandigheden langer doorwerken, en in de BAuA-analyse weegt vooral psychische en organisatorische werkdruk zwaar. Voor werkgevers en preventieadviseurs maakt dat preventie van tijdsdruk, rolonduidelijkheid en organisatorische stress, naast de klassieke fysieke arbeidsbescherming, een steeds belangrijker onderdeel van duurzaam inzetbaarheidsbeleid.
Bron: BAuA-Arbeitszeitbefragung: Wann und warum wollen Beschäftigte früher in die Rente?, 14 oktober 2026
Aanvullend onderzocht: Eurofound, Sustainable work and the ageing workforce (2012), op basis van de vijfde European Working Conditions Survey

