Vanaf 1 januari 2027 treedt in België — en in de hele Europese Unie — een nieuwe verplichting in werking voor distributeurs van gevaarlijke mengsels. Zij worden dan uitdrukkelijk aangewezen als verantwoordelijke partij voor het indienen van antigifcentrum-notificaties (poison centre notifications, PCN) bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA). Dat meldt de Belgische preventievereniging Prebes op basis van een recente verduidelijking van ECHA.
Nieuwe verantwoordelijkheid voor distributeurs
Tot nu toe lag de plicht om PCN-meldingen in te dienen — met daarin onder meer de unieke formule-identificatiecode (UFI) — vooral bij producenten en importeurs van gevaarlijke mengsels. Die meldingen stellen antigifcentra en hulpdiensten in staat om bij een vergiftiging of chemisch incident snel de juiste samenstelling en toxicologische gegevens van een product te raadplegen. Door de herziening van de CLP-verordening (Verordening (EU) 2024/2865) komt een deel van die verantwoordelijkheid nu ook bij distributeurs te liggen, op grond van artikel 45. Daarmee wil de wetgever een gat dichten: in de praktijk bleken hulpdiensten bij incidenten soms niet over de juiste informatie te beschikken omdat een product via een distributeur in een ander land of onder een andere naam op de markt kwam zonder bijpassende notificatie.
Wanneer geldt de meldplicht?
De nieuwe plicht geldt niet voor elk product, maar specifiek wanneer een distributeur een gevaarlijk mengsel op de markt brengt in een van drie situaties: bij grensoverschrijdende distributie naar een andere EU-lidstaat dan waarvoor de leverancier al heeft genotificeerd, bij heretikettering waarbij het etiket van de leverancier wordt vervangen of gewijzigd, of bij verkoop onder een eigen merk- of handelsnaam. Heeft de leverancier in zijn ECHA-notificatie zowel de exportlanden als de handels- of merknamen van de distributeur al opgenomen, dan geldt een vrijstelling en moet de distributeur niet zelf een melding indienen.
Wat moeten bedrijven nu doen?
Prebes adviseert bedrijven om vóór 1 januari 2027 in kaart te brengen welke producten zij doorverkopen naar andere EU-landen of onder eigen naam op de markt brengen, en vervolgens hun leveranciers te vragen de bestaande notificaties uit te breiden met de juiste doelmarkten en productnamen. Werkt een leverancier niet mee, dan moet de distributeur zelf tijdig een notificatie voorbereiden via de ECHA-systemen; het agentschap biedt daarvoor uitleg op de pagina “Stappen voor de industrie”. ECHA publiceerde de verduidelijking op 14 september 2026.
Context
De verplichting bouwt voort op bijlage VIII van de CLP-verordening, die sinds 1 januari 2021 gefaseerd van toepassing is en de inhoud en het formaat van PCN-meldingen in de hele EU harmoniseert. Uit een pilotonderzoek van het ECHA-handhavingsforum bleek dat bij een steekproef van producten 19 procent niet aan een geldige PCN-melding gekoppeld was en 15 procent geen verplichte UFI-code op het etiket droeg; in meer dan een derde van de gevallen met een ontbrekende melding lag de verantwoordelijkheid bij de distributeur, niet bij de producent. Die bevindingen vormden voor ECHA de directe aanleiding om de rol van distributeurs te verduidelijken.
Voor HSE-professionals buiten België is dit relevant omdat het om een EU-verordening gaat die rechtstreeks in alle lidstaten geldt: elk bedrijf dat gevaarlijke mengsels distribueert, herlabelt of onder eigen naam verkoopt binnen de Unie — ongeacht waar het gevestigd is — valt potentieel onder deze meldplicht. Wie internationaal chemische producten distribueert, doet er goed aan nu al de notificatiestatus van het eigen portfolio te controleren, vóór de nieuwe plicht op 1 januari 2027 ingaat.
Bron: Verplichting voor distributeurs van gevaarlijke stoffen treedt in werking op 1 januari 2027, 22 oktober 2026
Aanvullend onderzocht: ChemLinked – ECHA clarifies distributors’ poison centre notification duties ahead of 2027, HSA Ierland – Poison Centre Notification

