Onderzoekster Anne Marchand, historicus en socioloog verbonden aan de Sorbonne Paris Nord en codirecteur van het Franse onderzoeksprogramma GISCOP93 (Seine-Saint-Denis, Frankrijk), schat dat in Frankrijk jaarlijks zo’n 6.000 gevallen van borstkanker als beroepsgebonden erkend zouden kunnen worden. Dat zegt ze in een interview met vakmedium actuEL-HSE, naar aanleiding van een nieuw boek over werk en borstkanker dat zij coördineerde. GISCOP93 onderzoekt al sinds 2002 hoe beroepsgebonden kanker ontstaat en waarom die vaak onvoldoende wordt erkend.
Wat heeft het onderzoek blootgelegd?
Volgens Marchand blijft beroepsgebonden kanker bij vrouwen structureel onderbelicht. Onderzoek naar arbeidsgerelateerde gezondheidsrisico’s richtte zich historisch vooral op mannelijke, industriële beroepen, terwijl blootstelling in door vrouwen gedomineerde sectoren zoals schoonmaak, zorg en lichte industrie minder aandacht kreeg. GISCOP93 spreekt in dat verband van “onzichtbare” vormen van beroepsziekte: repetitief en fysiek belastend werk waarbij chemische blootstelling vaak niet als zodanig wordt herkend, laat staan gemeld of erkend door socialezekerheidsstelsels. Belangrijk: de 6.000 is een schatting op bevolkingsniveau, geen telling van individuele diagnoses. Bij een enkele patiënt is vrijwel nooit met zekerheid te zeggen of haar kanker door het werk is veroorzaakt; het cijfer maakt vooral een mogelijk probleem van onderregistratie zichtbaar.
Welke blootstellingen spelen een rol?
In de onderzoeksliteratuur worden uiteenlopende stoffen waarmee werknemers in aanraking komen in verband gebracht met een mogelijk verhoogd risico op borstkanker, waaronder oplosmiddelen, bepaalde ontsmettings- en reinigingsmiddelen en stoffen die hormoonverstorend kunnen werken. Ook arbeidsomstandigheden zoals nachtwerk en ploegendienst komen in het onderzoek terug als mogelijke risicofactor. GISCOP93 brengt daarom de volledige arbeidsloopbaan van kankerpatiënten in kaart, zodat blootstellingspatronen zichtbaar worden die nu vaak buiten beeld blijven.
Context
De bevindingen van GISCOP93 sluiten aan bij internationale inzichten over onderschatting van beroepsgebonden kanker. Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC), onderdeel van de Wereldgezondheidsorganisatie, classificeerde nachtwerk met verstoring van het circadiane ritme in 2019 als “waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens” (groep 2A), met onder meer borstkanker als onderzochte uitkomst. IARC beoordeelde het bewijs bij mensen als beperkt, bij proefdieren als voldoende en het mechanistische bewijs als sterk; een classificatie zegt iets over de sterkte van het bewijs voor een gevaar, niet over de grootte van het risico voor een individuele werknemer. Dergelijke classificaties onderstrepen dat de vraag naar beroepsgebonden kanker bij vrouwen wereldwijd relevant is, niet alleen in Frankrijk: in veel landen ontbreekt systematische registratie van arbeidsblootstelling bij vrouwelijke werknemers, wat leidt tot structurele onderrapportage van erkende beroepsziekten.
Wat betekent dit voor de erkenning van beroepsziekten?
Het onderzoek voedt de roep om meer aandacht voor de arbeidsgeschiedenis van vrouwen met kanker en voor aanpassing van erkenningscriteria voor beroepsziekten, die nu vaak zijn toegesneden op mannelijke beroepen met duidelijk afgebakende blootstelling, zoals asbest in de bouw. Bij vrouwen is blootstelling vaker diffuus verspreid over meerdere laagbetaalde banen, wat de bewijsvoering voor erkenning bemoeilijkt. Beter zicht op deze blootstellingen geldt als voorwaarde om preventie te verbeteren en getroffen werknemers toegang te geven tot passende compensatie, in Frankrijk en daarbuiten.
Bron: Interview Anne Marchand (GISCOP93): “environ 6.000 cancers du sein pourraient [être d’origine professionnelle]”, 5 oktober 2026
Aanvullend onderzocht: IARC-classificatie van nachtwerk als waarschijnlijk kankerverwekkend (groep 2A, IARC Monographs Volume 124, 2019); achtergrondinformatie over GISCOP93 en het boek “Ce que le travail fait à la santé. Au cœur de l’épidémie de cancer du sein” (Éditions de l’Atelier, 2 oktober 2026).

