Een explosie van cokesovengas in de kelder van de U.S. Steel Clairton Coke Works in Clairton, Pennsylvania, Verenigde Staten, kostte op 11 augustus 2025 twee operators het leven en verwondde nog elf anderen. Het Amerikaanse Chemical Safety and Hazard Investigation Board (CSB) concludeert dat een verouderde afsluiter catastrofaal faalde tijdens onderhoudswerk zonder geschreven procedure, en dat permanent bezette gebouwen vlak boven de gasleidingen niet bestand waren tegen een explosie. Het onderzoeksrapport, gepubliceerd op 10 augustus 2026, bevat zeven aanbevelingen aan U.S. Steel, moederbedrijf Nippon Steel North America en contractor MPW Industrial Services.
Wat er gebeurde
Op 11 augustus 2025 om 10:47 uur lokale tijd explodeerde vrijgekomen cokesovengas in de kelder van het transfergebied tussen batterijen 13 en 14 van de Clairton Coke Works, de grootste cokesfabriek van het westelijk halfrond. Werknemers van U.S. Steel en contractor MPW Industrial Services waren op dat moment bezig de zittingen van een 18-inch dubbele-schuifafsluiter door te spoelen met een hogedruk-waterpomp, om cokesovengasresten te verwijderen. Voor deze werkzaamheden bestond geen geschreven procedure.
De afsluiter, gemaakt van gietijzer, was in 1953 gebouwd en ontworpen voor een maximale druk van 50 psig. Doordat de schuiven bijna gesloten stonden, sloot het gespoten water een volume af dat vervolgens onder druk kwam te staan, ver boven de ontwerpdruk van de afsluiter. Het gietijzer brak bros en circulair, waarna cokesovengas de kelder instroomde. Vierentwintig seconden na het evacuatiebevel volgde de explosie.
Twee operators van U.S. Steel kwamen om het leven; één slachtoffer werd direct gevonden, het tweede pas ongeveer negen uur later onder het puin, door een search-and-rescue-team. Vijf mensen raakten ernstig gewond: vier medewerkers van U.S. Steel werden gehospitaliseerd en een contractor van Veolia werd eveneens opgenomen, met brandwonden, gebroken ribben, gebroken wervels en een gebroken scheenbeen, naast scherfwonden. Zes andere personen werden behandeld zonder ziekenhuisopname. De materiële schade wordt geschat op 52,5 miljoen dollar. Batterij 14 werd na 74 dagen weer opgestart, batterij 13 na 178 dagen.
Conclusies
Het CSB wijst als directe oorzaak op de overdrukbelasting van de gietijzeren afsluiter door water dat werd ingesloten en onder te hoge druk kwam te staan door de hogedrukpomp. Het onderzoek identificeert drie hoofdbijdragende factoren:
- Er bestond geen geschreven procedure of gevarenanalyse voor het spoelen van afsluiterzittingen met hogedrukwater, niet bij U.S. Steel en niet bij contractor MPW.
- Het process safety management-systeem van U.S. Steel schoot tekort.
- De facility siting was gebrekkig: permanent bezette gebouwen, waaronder reversing rooms, een pauzeruimte, een “lidding shanty” en een elektrische verdeelkast, stonden minder dan 20 voet boven de gevaarlijke gasleidingen en waren niet ontworpen om een explosie te weerstaan. Dit veroorzaakte beide dodelijke slachtoffers en twee van de vijf ernstige verwondingen.
Het rapport wijst op gemiste eerdere kansen. In 2003 werd een facility-sitingstudie geadviseerd, maar deze werd afgewezen. In 2010 vond op dezelfde locatie al een vergelijkbare cokesovengasexplosie plaats, waarbij 14 werknemers en 6 contractors gewond raakten, zonder dat daarna alsnog een sitingevaluatie werd uitgevoerd. Voor batterij 13 en 14 is nooit een facility-sitingevaluatie gedaan. De Amerikaanse arbeidsinspectie OSHA legde naar aanleiding van het ongeval boetes op van 118.214 dollar aan U.S. Steel en 61.473 dollar aan MPW; deze stonden ten tijde van het CSB-rapport nog in bezwaar.
Aanbevelingen
Het CSB formuleert in rapport nr. 2025-03-I-PA zeven aanbevelingen. Aan U.S. Steel Corporation wordt geadviseerd om een facility-sitingevaluatie uit te voeren voor alle mogelijk bezette gebouwen op de Clairton-locatie, conform de richtlijnen van het Center for Chemical Process Safety (CCPS) en API RP 752/753/756, en op basis daarvan alle gedocumenteerde sitinggevaren te mitigeren. Daarnaast moet het bedrijf een geschreven procedure ontwikkelen, conform NFPA 56, voor het spoelen van afsluiterzittingen met hogedrukwater, inclusief overdrukbeveiliging en betrokkenheid en training van de uitvoerende werknemers, en deze procedure onderwerpen aan een gevarenanalyse en veiligheidsvalidatie. Ook wordt aanbevolen een alomvattend process safety management-systeem te ontwikkelen voor alle cokesovengasprocessen, gebaseerd op de CCPS Risk Based Process Safety-benadering.
Aan Nippon Steel North America, dat U.S. Steel in juni 2025 overnam, beveelt het CSB aan een corporate process safety governance-programma in te voeren, met periodieke audits van dochterlocaties en verplichte opvolging van geconstateerde tekortkomingen in process safety management. Aan contractor MPW Industrial Services wordt geadviseerd geschreven beleid en procedures te ontwikkelen, conform NFPA 56, voor het reinigen van leidingsystemen die brandbaar of toxisch gas bevatten, met verplichte training van betrokken medewerkers.
Bij publicatie van het eindrapport stonden alle zeven aanbevelingen nog open; het CSB had van geen van de geadresseerden een reactie ontvangen.
Voor HSE-professionals wereldwijd illustreert dit onderzoek twee terugkerende risico’s die niet beperkt zijn tot de Amerikaanse staalindustrie: het ontbreken van geschreven procedures en gevarenanalyses voor schijnbaar routinematig onderhoudswerk aan verouderde apparatuur, en het risico van het niet structureel evalueren van facility siting bij permanent bezette gebouwen nabij gevaarlijke procesinstallaties. De eerdere, vergelijkbare explosie op dezelfde locatie in 2010 onderstreept dat het uitblijven van opvolging na een bijna-ongeval de kans op herhaling met fatale afloop vergroot.
Bron: CSB Investigation Report No. 2025-03-I-PA, 10 augustus 2026

